Voeding

  >  

VOEDSEL EN contact met diverse bacterien

Naast onze leefomgeving is ook onze voeding erg belangrijk voor het in contact komen met een hoge diversiteit van bacteriën. Toen de mens nog leefde als jager-verzamelaar bestond zijn dieet vooral uit verse producten, zoals wild, groentes, vruchten en water die in de natuur gevonden werden. De natuur is rijk aan microben, waardoor het voedsel en het water hier van nature mee verrijkt werden. Later kwamen daar gefermenteerde producten bij, die een hoge diversiteit aan micro-organismen bevatten.

Tegenwoordig produceren we ons voedsel op een wijze die grootschalig en minder natuurlijk is. Hierdoor bevat ons voedsel een lagere diversiteit aan micro-organismen. Dit wordt nog eens versterkt door het feit dat de producten ons pas bereiken als ze minder vers zijn. Ook bewerken we de producten vaak fabrieksmatig, waardoor ze over het algemeen ook steriel gemaakt worden. De meeste gefermenteerde producten die standaard te koop zijn, zijn bereid met industriële bacteriecultures, die veel minder divers zijn dan de natuurlijke cultures. Dit alles betekent dat we veel minder dan vroeger blootgesteld worden aan een diversiteit van bacteriën. Wat kunnen we doen om dit te verbeteren?

Voedingsadviezen

Om net als voor de industriële revolutie een diversiteit aan micro-organismen binnen te krijgen, is het goed om een variatie van (vezelrijke) groentes en fruit te eten, die van een microbieel rijke grond komen. Om ervoor te zorgen dat de micro-organismes niet gedood worden tijdens de bewerking is het belangrijk na te denken over de bewerking van de voedingsmiddelen. Grillen, koken en roosteren hebben verschillende effecten op de aanwezigheid van bacteriën in de voedingsmiddelen en dus het maagdarmkanaal. Verder is het goed om te letten op de versheid van producten zoals groente en fruit: hoe verser, hoe meer verschillende micro-organismen in de producten te vinden zullen zijn. De microbiële diversiteit in ons voedsel kan verhoogd worden door voedsel (wild) te fermenteren. Het fermenteren van voedsel werd en wordt van oudsher wereldwijd toegepast. In Azië wordt gekookte rijst bijvoorbeeld graag gecombineerd met gefermenteerde peulvruchten (meestal sojabonen), maar ook met gefermenteerde groentes, vis en vlees (zoals spek). In Westerse landen worden juist meer gefermenteerde granen gegeten (brood), wat dan gecombineerd wordt met gefermenteerde melkproducten (yoghurt, kaas) en gefermenteerd vlees (worst). In Afrika en Zuid Amerika wordt van oudsher gefermenteerde mais, sorghum, cassave, peulvruchten en melkproducten gegeten. In al die “wild” gefermenteerde producten zit een enorme diversiteit aan micro-organismen, afkomstig uit het voedingsmiddel zelf, de omgeving, gebruiksvoorwerpen of de startculture, die de levensmiddelen biochemisch omzetten en hierdoor de voedingswaarde, de houdbaarheid en de smaak gunstig verbeteren. Door dit type voedsel weer meer te gaan eten, en dan in de wild gefermenteerde vorm (dus niet industrieel gefermenteerd), kan de blootstelling aan een divers geheel van micro-organismen sterk verhoogd worden.

Verder is het darmmicrobioom gunstig te beïnvloeden door onverteerbare vezels te eten. Vezels zijn koolhydraten van plantaardige oorsprong, die niet door ons eigen maagdarmkanaal kunnen worden verteerd. Onze darmbacteriën kunnen de vezels echter wel verteren en vormen daarbij stoffen, in het bijzonder korte keten vetzuren zoals boterzuur, die gunstig zijn voor onze gezondheid. In industriële gebieden worden veel minder vezels gegeten dan van oudsher gebruikelijk was. Er is vastgesteld dat dit enorme invloed heeft op het aantal verschillende organismen dat in ons maagdarmkanaal aanwezig is.

Door vooral plantaardig te eten kan het gehalte aan onverteerbare vezels in het dieet sterk verhoogd worden en de microbiële darmdiversiteit daarmee ook. Dit heeft gunstige effecten op onze gezondheid.

Voedselproductie

Vroeger was de productie van voedsel veel kleinschaliger dan nu. Boeren werkten voor een kleine opbrengst en verloren veel van hun gewassen aan invloeden van buitenaf, zoals insecten, onkruid en ongunstige weersomstandigheden. Over de jaren heen zijn boeren steeds efficiënter en grootschaliger voedsel gaan produceren met behulp van moderne technieken.

Deze ontwikkelingen hebben voor een stabiele voedselproductie gezorgd en dit stelde ons in staat om onze aandacht op andere gebieden van ontwikkeling te richten. Helaas zit er ook een keerzijde aan. Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen kan de bodem namelijk armer aan microben maken. In 1 gram van een gezonde bodem zitten normaalgesproken biljoenen micro-organismen, bestaande uit tienduizenden verschillende soorten. Bestrijdingsmiddelen werken door biochemische processen, die zich in het onkruid of insecten voordoen, te belemmeren. Dit leidt tot de dood van deze organismen, maar helaas ook tot de dood van vele micro-organismen, omdat het in deze micro-organismen dezelfde biochemische processen remt. Bestrijdingsmiddelen zorgen er dus voor dat ons moderne voedsel ook een lagere diversiteit aan microben bevat.

Als gevolg hiervan gaat de diversiteit aan microben waar wij mee in contact komen via de voeding ook naar beneden, wat nadelig is voor onze gezondheid. In tegenstelling tot bij deze standaardmanier van kweken, is het ook mogelijk om op een manier te telen waarbij de diversiteit van de aanwezige bodemmicro-organismen juist wordt verhoogd. Bij biologische appels en aardbeien is al vastgesteld dat deze in het algemeen een grotere hoeveelheid en diversiteit aan micro-organismen bevatten dan standaard-fruit.

Sommige landbouwers en telers zijn om deze redenen (en ook uit opbrengstoverwegingen) al bezig met het in kaart brengen en het verbeteren van de microbiële diversiteit van hun land. Er wordt bijvoorbeeld geëxperimenteerd met microbiële inocculanten.

Deze zijn gebaseerd op de natuurlijke microbiële omgeving van de plant, boven en onder de grond, en op endemisch voorkomende micro-organismen op wilde varianten van het gewas. Ze bevatten een zeer groot aantal verschillende micro-organismen en de verwachting is dat ze de gezondheid (groei) van het gewas en ook de gezondheid van de consument zullen bevorderen.

Op het gebied van onderzoek naar het microbioom is eigenlijk nog maar het topje van de ijsberg onthuld. Wat in ieder geval zeker is, is dat wat we eten invloed heeft op ons (darm)microbioom.
Het verrijken van je microbioom via voedsel kan je dus doen door meer voedsel te consumeren dat afkomstig is van een microbieel rijke en diverse bodem. Daarnaast kan je dat doen door zo veel mogelijk onbewerkt voedsel te consumeren en ook plaats in te ruimen voor wild gefermenteerde producten. Verder wordt aangeraden om een grotere hoeveelheid vezelrijke (dus plantaardige) voeding te gebruiken. Op deze manier zal je een stukje gezonder gaan leven.

Lees ook over Leefomgeving

Home   >   Leefomgeving

Top